Hoge bloeddruk

Synoniem: Hypertensie
Terug naar geneesmiddelen

Atenolol/Chloortalidon

atenolol

Verschijnselen
Mensen met een hoge bloeddruk voelen hier in het algemeen niets van. Hoge bloeddruk is ook geen ziekte, maar geeft meer kans op hart- en vaatziekten. Als de bloeddruk verhoogd is, stroomt het bloed te krachtig door de vaten. Dit is schadelijk voor de bloedvaten. Beschadigde bloedvaten geven kans op een beroerte (herseninfarct of hersenbloeding) en ernstige hartziekten, zoals hartkramp en hartfalen.

Werking
Bètablokkers vertragen de hartslag zodat het hart rustiger pompt. Ze verwijden ook de bloedvaten. Hierdoor daalt de bloeddruk en is er minder kans op een beroerte.

Bij hoge bloeddruk schrijven artsen bètablokkers meestal voor in combinatie met andere medicijnen, zoals plastabletten. In eerste instantie schrijft de arts als bètablokker metoprolol voor, omdat dit middel minder bijwerkingen heeft en in onderzoek het effectiefst is gebleken.

Als metoprolol niet werkt of niet kan worden gebruikt, kan de arts atenolol voorschrijven.

Effect
Na drie tot zes weken is het volledige effect van dit middel bereikt. Zelf merkt u hier niet veel van. U weet pas of het werkt bij een meting van uw bloeddruk. Toch is het belangrijk atenolol elke dag in te nemen. Alleen dan kan atenolol de hart- en bloedvaten optimaal beschermen.

De werkzame stoffen in Atenolol/Chloortalidon zijn atenolol en chloortalidon. Atenolol is sinds 1975 en chloortalidon sinds 1959 internationaal op de markt. Deze combinatie is op recept verkrijgbaar onder de merknamen Tenoretic en het merkloze Atenolol/chloortalidon. Deze combinatie is verkrijgbaar in tabletten.

De combinatie van atenolol met chloortalidon wordt gebruikt bij een hoge bloeddruk, als alleen een plasmiddel of alleen een bètablokker de bloeddruk niet voldoende naar beneden heeft gebracht.

Atenolol behoort tot de bètablokkers. Het verlaagt de bloeddruk, vertraagt de hartslag en vermindert de zuurstofbehoefte van het hart.

Artsen schrijven het voor bij angina pectoris, hartritmestoornissen, migraine, hartinfarct, hoge bloeddruk, een te snelle schildklierwerking, angstgevoelens en gespannenheid en essentiële tremor (trillen).

Behalve het gewenste effect kan dit middel bijwerkingen geven.

De belangrijkste bijwerkingen zijn de volgende.

Soms

  • Duizeligheid of een licht gevoel in het hoofd, vooral bij opstaan uit bed of uit een stoel. Dit gaat in het algemeen over als uw lichaam zich heeft ingesteld op de lagere bloeddruk (binnen enkele dagen tot weken). Als u zich duizelig voelt, sta dan niet te snel op uit bed of van een stoel. U kunt dan het best even liggen en de benen wat hoger leggen, bijvoorbeeld op een kussen.

Zelden

  • Maagdarmklachten, zoals misselijkheid, braken, verstopping of diarree. Deze bijwerkingen treden vooral op in het begin van de behandeling. Meestal helpt het als u het middel met wat voedsel inneemt. Blijft u er ook na enige dagen last van houden? Neem dan contact op met uw arts.
  • Droge mond doordat u minder speeksel aanmaakt. Hierdoor kunnen zich eerder gaatjes in uw gebit ontwikkelen. Poets en flos daarom extra goed als u merkt dat u last heeft van een droge mond. Laat eventueel de tandarts vaker uw gebit controleren. U kunt de aanmaak van speeksel stimuleren met (suikervrije) kauwgom of door te zuigen op ijsblokjes.
  • Zweten.
  • Koude handen en voeten, soms met blauwe verkleuring van de huid. Dit komt doordat de bloedvaten in de huid onvoldoende reageren op kou. Het kan zijn dat u hier last van blijft houden zolang u het medicijn slikt. Zorg voor voldoende bescherming tegen kou door warme kleding te dragen, zoals wanten en sokken. Mensen met de ziekte van Raynaud kunnen meer last krijgen van koude vingers en tenen. Neem contact op met uw arts als deze bijwerking te veel last geeft.
  • Vermoeidheid.

Zeer zelden

  • Slaapstoornissen, zoals moeite met inslapen, levendiger dromen en nachtmerries.
  • Hoofdpijn, verwardheid, depressiviteit, angst en waandenkbeelden (hallucinaties).
  • Droge ogen en wazig zien. Mensen die contactlenzen dragen kunnen door atenolol last krijgen van droge ogen. De contactlenzen kunnen dan eerder irriteren. Houd ze in dat geval minder lang in of gebruik bevochtigende oogdruppels (kunsttranen).
  • Als u het syndroom van Sjögren heeft, een aandoening waarbij de slijmvliezen van onder andere ogen en mond droger zijn dan normaal: u kunt meer klachten krijgen. Dit middel vermindert de aanmaak van traanvocht en speeksel. Neem contact op met uw arts als u meer last heeft van oogirritatie of een droge mond. Mogelijk is een ander middel geschikter.
  • Haaruitval en huiduitslag.
  • Impotentie. Dit komt door de lagere bloeddruk. Als u last heeft van deze bijwerking, vraag dan advies aan uw arts. Mogelijk moet de dosering aangepast worden of is een ander medicijn geschikter voor u.
  • Verergering van hartfalen, doordat de hartslag trager wordt. Als u hartfalen heeft, kunt u beter overstappen op een ander medicijn. Overleg hierover met uw arts of apotheker.
  • Bij bepaalde vormen van de aangeboren hartafwijking Wolff-Parkinson-White-syndroom, kunnen ernstige hartritmestoornissen ontstaan door dit medicijn. U mag dit medicijn alleen op voorschrift en onder controle van een cardioloog of internist gebruiken.
  • Verhoogde kans op bloedingen, zoals bloedneuzen. Deze bijwerking ontstaat door een tekort aan bloedplaatjes. Neem contact op met uw arts bij onverklaarbare bloedneuzen, onderhuidse bloedinkjes en blauwe plekken.
  • Als u diabetes heeft: u merkt minder snel dat u een te laag bloedglucose (hypo) heeft. Dit komt doordat atenolol de hartkloppingen tegengaat die ontstaan bij een hypo. Controleer daarom vaker uw bloedglucosegehalte.
  • Als u astma of COPD heeft: u kunt meer last van benauwdheid krijgen. Als u dit merkt, neem dan contact op met uw arts. Mogelijk is een ander medicijn geschikter voor u.
  • Als u aan de spierziekte myasthenia gravis lijdt: u kunt meer last krijgen van deze aandoening. Neem contact op met uw arts als u dit merkt. Raadpleeg uw arts als u te veel last heeft van één van bovengenoemde bijwerkingen, of als u andere bijwerkingen ervaart waar u zich zorgen over maakt.
  • Als u aan psoriasis lijdt: u kunt meer last krijgen van deze aandoening. Neem contact op met uw arts als u last heeft van rode schilferende of glanzende plekken op de huid, beschadigingen van de huid, jeuk, putjes in de nagels en gewrichtsklachten.
  • Overgevoeligheid voor dit middel. Dit merkt u aan huiduitslag, galbulten en jeuk. Gebruik dit middel dan niet meer. Een ernstige overgevoeligheid is te merken aan benauwdheid of een opgezwollen gezicht. Ga dan onmiddellijk naar een arts. In beide gevallen mag u dit middel in de toekomst niet meer gebruiken. Geef daarom aan de apotheek door dat u overgevoelig bent voor atenolol. Het apotheekteam kan er dan op letten dat u dit middel niet opnieuw krijgt.

Raadpleeg uw arts als u te veel last heeft van één van de bovengenoemde bijwerkingen of als u andere bijwerkingen ervaart waar u zich zorgen over maakt.

Hoe?
Kijk voor de juiste dosering altijd op het etiket van de apotheek.

Wanneer?
U mag het medicijn innemen op elk moment van de dag. Het beste kunt u vaste tijdstippen kiezen, dan vergeet u minder snel een dosis. Als u het één keer per dag gebruikt: bij voorkeur 's ochtends. Als u het twee keer per dag gebruikt: 's ochtends en 's avonds.

Hoe lang?

  • Hoge bloeddruk. Een behandeling voor hoge bloeddruk is meestal langdurig. Als dit medicijn goed bij u werkt, moet u dit medicijn waarschijnlijk uw leven lang gebruiken.
  • Hartkramp, voorkómen hartinfarct en hartritmestoornissen. Waarschijnlijk moet u atenolol langdurig gebruiken. Overleg dit met uw arts.
  • Verhoogde schildklierwerking: meestal is atenolol tijdelijk nodig om de hartkloppingen door de verhoogde schildklierwerking te stoppen. Als de schildklierfunctie weer normaal is, zal ook het hartritme normaal worden en is atenolol niet meer nodig.
  • Migraine. Bij het ouder worden neemt het aantal migraineaanvallen meestal af. Misschien heeft u dit middel dan niet meer nodig. Bespreek dit met uw arts.
  • Examenvrees of plankenkoorts. In dit geval moet u atenolol eenmalig gebruiken een half uur tot één uur voor het examen of het optreden.
  • Essentiële tremor (trillen). Zolang u last heeft van de tremor, zult u dit medicijn nodig hebben. Overleg dit met uw arts.

Het is belangrijk dit medicijn consequent in te nemen. Mocht u toch een dosis vergeten zijn:

  • Als u atenolol één keer per dag gebruikt: duurt het nog meer dan acht uur voor u de volgende tablet normaal inneemt? Neem de vergeten tablet dan alsnog in. Duurt het nog minder dan acht uur? Sla de vergeten tablet dan over.
  • Als u atenolol twee keer per dag gebruikt: duurt het nog meer dan vier uur voor u de volgende tablet normaal inneemt? Neem de vergeten tablet dan alsnog in. Duurt het nog minder dan vier uur? Sla de vergeten tablet dan over.

autorijden?
De eerste dagen dat u atenolol gebruikt, kunt u wat duizelig zijn. Dit komt doordat uw lichaam zich nog moet instellen op de lagere bloeddruk. Na enkele dagen is dat meestal weer over en is autorijden geen probleem. Indien u duizelig blijft of last heeft van wazig zien, neem dan geen deel aan het verkeer.

alcohol drinken?
Alcohol verwijdt de bloedvaten, net als atenolol. U kunt daardoor last krijgen van duizeligheid. Probeer het drinken van alcohol eerst met mate uit. U kunt dan zelf inschatten of u hier veel last van krijgt. In het algemeen is enkele keren per week een glas wijn geen probleem.

alles eten?
Bij dit middel zijn hiervoor geen beperkingen.

Dit medicijn heeft wisselwerkingen met andere medicijnen. In de tekst hieronder staan alleen de werkzame stoffen van deze medicijnen, dus niet de merknamen. Of uw medicijn een van die werkzame stoffen bevat, kunt u nagaan in uw bijsluiter onder het kopje 'samenstelling'.

De medicijnen waarmee de belangrijkste wisselwerkingen optreden, zijn de volgende.

  • Andere bloeddrukverlagende medicijnen. De bloeddruk kan te laag worden als u atenolol samen met andere bloeddrukverlagers gaat gebruiken. Uw arts houdt hier rekening mee en zal in het begin een lagere dosering voorschrijven. Al naar gelang het effect zal de arts de dosis geleidelijk verhogen. Bij combinatie met de hartmedicijnen verapamil of diltiazem kan de hartslag trager en onregelmatiger worden. Uw arts zal in dit geval uw hartfunctie regelmatig controleren.
  • Pijnstillers van het NSAID-type zoals ibuprofen, naproxen of diclofenac. Deze pijnstillers kunnen de werking van atenolol bij hoge bloeddruk verminderen. Gebruikt u een pijnstiller van het NSAID-type langer dan twee weken en gebruikt u atenolol voor een hoge bloeddruk? Dan zal uw bloeddruk extra gecontroleerd moeten worden. Neem hiervoor contact op met uw arts.
  • Sommige medicijnen voor een vergrote prostaat, namelijk de alfablokkers (alfuzosine, doxazosine en terazosine). Deze kunnen in het begin van de behandeling de bloeddruk verlagen en duizeligheid veroorzaken. Atenolol versterkt deze bijwerking. Deze wisselwerking is alleen van belang de eerste dagen dat u met een alfa-blokker begint. U kunt de alfa-blokker de eerste keren het beste ’s avonds innemen, als u al op bed zit, voor het geval u duizelig wordt. Als u een alfa-blokker met vertraagde afgifte gebruikt, kunt u de volgende ochtend duizelig worden bij het opstaan. Dit is na enkele dagen over.
  • Bloedglucoseverlagende middelen, zoals insuline, tolbutamide, glibenclamide en glimepiride. Deze middelen worden gebruikt om de hoeveelheid glucose in het bloed te verminderen bij mensen met diabetes. Een te lage hoeveelheid glucose in het bloed wordt een hypo genoemd. Wanneer u een bètablokker gebruikt, voelt u minder snel dat u een hypo heeft. Dat komt omdat de bètablokker de waarschuwende signalen, zoals trillen en hartkloppingen, onderdrukt. Andere verschijnselen, zoals zweten, wazig zien en hongergevoel, verdwijnen niet. Let daarom extra op deze laatste verschijnselen.
  • Epinefrine (adrenaline) injectie bij allergie. Atenolol vermindert het effect van epinefrine. Dat kan gevaarlijk zijn bij ernstige allergische reacties waarbij een epinefrine-injectie nodig is. Overleg hierover met uw arts als u af en toe een dergelijke injectie nodig heeft en uw arts wil u een bètablokker voorschrijven.

Twijfelt u of een van de bovenstaande wisselwerkingen voor u van belang is? Neem dan contact op met uw apotheker of arts.

Zwangerschap
Overleg met uw arts. U kunt dit medicijn beter niet gebruiken als u zwanger bent of binnenkort wilt worden. Er kan bij de baby zuurstoftekort ontstaan doordat atenolol de doorbloeding van de baarmoeder en placenta vermindert. Ook kan de baby een te trage hartslag of een lichte vorm van diabetes krijgen. Dit kan moeilijkheden bij de bevalling geven.

Als u atenolol tijdens de zwangerschap toch moet gebruiken, zal uw arts u en de baby tijdens de zwangerschap en na de bevalling extra controleren.

Borstvoeding
Wilt u borstvoeding geven, overleg dan met uw arts of apotheker. U kunt dit medicijn beter NIET gebruiken als u borstvoeding geeft. Dit middel komt namelijk in de moedermelk terecht. Hierdoor kan het bijwerkingen bij het kind geven. Misschien kunt u overstappen op een ander medicijn. Een medicijn waarvan wel bekend is dat u het veilig kunt gebruiken.

Als u atenolol chronisch gebruikt, is het niet verstandig in één keer met dit medicijn te stoppen. De verandering is voor uw hart dan te snel. Bouw het gebruik gedurende een tot twee weken geleidelijk af in overleg met uw arts.

Als u atenolol moet stoppen voor een operatie moet u meestal minstens 24 uur voor de operatie stoppen. Overleg met de behandelend arts.

Atenolol is in 1975 op de markt gebracht. Het is op recept verkrijgbaar als het merkloze Atenolol in tabletten.

Atenolol wordt ook gebruikt in combinatie met een andere werkzame stof als het merkloze Atenolol/chloortalidon.

Laatst gewijzigd op: 16 april 2012 - Disclaimer