Gardasil

papillomavirusvaccin

De werkzame stof in Gardasil is vaccin tegen 4 soorten papillomavirus (type 6, 11, 16 en 18).

Papillomavirusvaccin bevat deeltjes die op het papillomavirus lijken, maar die geen infectie kunnen veroorzaken.

Het vaccin wordt gebruikt om infecties met het papillomavirus te voorkomen. Dit voorkomt veel gevallen van kanker van de baarmoederhals en, bij het vaccin Gardasil, ook genitale wratten.

Het is een van de vaccinaties uit het Rijks-Vaccinatie-Programma.

Behalve het gewenste effect kan dit medicijn bijwerkingen geven. Deze ontstaan vooral doordat uw afweersysteem denkt dat er sprake is van een echte infectie. De bijwerkingen zijn dus een signaal dat het vaccin aanslaat.

De meest voorkomende bijwerkingen zijn de volgende.

Soms
  • Pijn op de plaats van de injectie, soms met roodheid, zwelling, harde plek onder de huid of bloeding.
  • Griepachtige verschijnselen, zoals hoofdpijn, koorts, spierpijn, vermoeidheid, misselijkheid of buikpijn. Deze verschijnselen houden meestal niet langer dan 1-2 dagen aan. Een enkele keer duren ze tot 2 weken.
  • Flauwvallen, een enkele keer met stuiptrekkingen, vreemde gevoelswaarneming of problemen met zien. Meestal gebeurt dit vlak voor, tijdens of na de vaccinatie. Dit komt meestal doordat het zenuwstelsel gevoelig reageert op prikkels van buitenaf. Meld het in elk geval bij een volgende vaccinatie, zodat u de volgende vaccinatie zittend of liggend kunt krijgen.

Zelden

  • Maagdarmklachten, zoals misselijkheid, braken, diarree en buikpijn.
  • Huiduitslag, jeuk en galbulten. Meestal is dit onschuldig, maar neem bij ernstige jeukende huiduitslag contact op met de arts. Er kan dan sprake zijn van overgevoeligheid voor het vaccin.
  • Gewrichtspijn en pijn in de armen of benen. Zeer zelden komt dit door een ontsteking van de gewrichten. Raadpleeg uw arts als u hier veel last van heeft.
Zeer zelden
  • Overgevoeligheid. U kunt dat merken aan huiduitslag, galbulten of jeuk.
    In zeldzame gevallen ontstaat er koorts, benauwdheid, opgezwollen lippen, tong of gezicht of flauwvallen. Waarschuw dan meteen uw arts. In beide gevallen mag u dit medicijn in de toekomst niet meer gebruiken. Geef daarom aan de apotheek door dat u overgevoelig bent voor dit vaccin. Het apotheekteam kan er dan op letten dat u dit vaccin niet opnieuw krijgt.
Sommige ouders zijn bang dat vaccinaties kans geven op ernstige ziekte, autisme, of zelfs overlijden. Hier is onderzoek naar gedaan en het blijkt dat deze ziektes niet vaker voorkomen bij gevaccineerde kinderen dan bij kinderen die niet gevaccineerd zijn. Wel heeft een kind dat niet is gevaccineerd een veel grotere kans op blijvende schade of overlijden als het de ziekte krijgt waartegen het vaccin beschermt.

Raadpleeg uw arts als u of uw kind veel last heeft van bovengenoemde bijwerkingen of als u andere bijwerkingen ervaart waar u zich zorgen over maakt.
Hoe?

  • De arts of verpleegkundige geeft de injectie in de spier van de bovenarm of dijbeen.
Wanneer?
  • Alle meisjes van 12 jaar krijgen via het Rijksvaccinatieprogramma 3 inentingen.
  • Voor een goede bescherming zijn 3 inentingen nodig, verdeeld over 6 maanden. U krijgt meestal 2 opeenvolgende inentingen met 1 of 2 maanden tussentijd en 5 respectievelijk 4 maanden daarna nog een laatste inenting.
  • De bescherming houdt in elk geval 4.5 jaar aan.

Heeft u hoge koorts op het moment van injectie, bijvoorbeeld door een infectie? Stel de vaccinatie dan indien mogelijk uit tot u weer beter bent. De koorts kan namelijk verergeren.

Laat de inenting dan alsnog zo snel mogelijk uitvoeren. Als de eerdere inentingen al meerdere maanden geleden waren, kan het zijn dat u opnieuw met de kuur moet beginnen. Raadpleeg hierover uw arts.

autorijden, alcohol drinken en alles eten?
Bij dit medicijn zijn hiervoor geen beperkingen.

Van dit vaccin zijn geen belangrijke wisselwerkingen bekend.

Over het gebruik van dit medicijn tijdens de zwangerschap en bij borstvoeding is nog te weinig bekend. Meld aan uw arts als u zwanger bent of als u borstvoeding geeft. Mogelijk kan de vaccinatie worden uitgesteld.

Als u de kuur niet helemaal afmaakt, bent u niet voldoende beschermd tegen het virus.

Papillomavirusvaccin is sinds 2006 internationaal op de markt. Injecties met dit vaccin zijn op recept verkrijgbaar onder de merknamen Cervarix en Gardasil.

Cervarix beschermt tegen papillomavirus type 16 en 18. Gardasil beschermt tegen papillomavirus type 6, 11, 16 en 18. Cervarix zit in het Rijksvaccinatieprogramma.

Een andere benaming voor dit vaccin is baarmoederhalskankervaccin of Humaan PapillomaVirus-vaccin. HPV-vaccin is de afkorting van Humaan PapillomaVirus-vaccin.

Laatst gewijzigd op: 6 augustus 2013 - Disclaimer